Heiloo – Middenduin Paddenpoelen

In 2017 heeft Hollandia een archeologisch begeleiding uitgevoerd in Heiloo. Het uitgraven van twee paddenpoelen op het terrein Middenduin in de nieuwe wijk Zuiderloo toon de rijkdom van het bodemarchief in Heiloo nog eens aan. Het omringende areaal is eerder onderzocht en het is dan ook logisch dat de archeologische resten van Middenduin daarbij aansluiten, maar dat uitgerekend een van de twee paddenpoelen door meerdere lagen en sporen uit de bronstijd heen is gegraven is toch wel frappant. Het leverde een akkerlaag op uit de 14e eeuw v. Chr., nederzettingssporen uit de 12e eeuw v. Chr. en nog
eens een afdekkende akkerlaag uit de 11e eeuw v. Chr. De sporen, slechts drie kuilen en een lange wat gebogen greppel tonen aan dat hier slechts een klein deel van een nederzetting is aangesneden. Zeer waarschijnlijk sluit dit aan bij het erf uit late bronstijd dat in deelgebied 4 in 2017 is opgegraven.

De topvondst van het houten werktuig is hoogtepunt van het onderzoek. Er zijn twee houten voorwerpen verzameld die vermoedelijk afkomstig zijn van hetzelfde voorwerp, een werktuig waarmee geklopt, geslagen of getimmerd kon worden. Je zou het een knots of knuppel kunnen noemen, maar dat brengt te veel associaties met zich mee met primitieve oermensen. Het is beter om het een houten stuk gereedschap of werktuig te noemen.  De stukken waren ongeschikt voor dendrochronologisch onderzoek, maar komen uit hetzelfde spoor, een greppel (S9) die vermoedelijk rond 1150 v. Chr. dateert. Het houten werktuig is gemaakt uit een halve eikenstam (Quercus Robur/Petraea) waarna het steel-gedeelte is versmald tot circa een kwart van de stam (asymmetrisch). Het is bewerkt met een smal bijltje wat te zien is aan de langwerpige facetten met een paar schuine inslagen. Hierdoor is er een tamelijk onregelmatig werktuig gecreëerd dat waarschijnlijk goed functioneerde want het is gebruikt.
Het knotsgedeelte is 29 cm lang met de grootste diameter van 12 cm aan het uiteinde en 5,3 cm aan het steelgedeelte. Het steelfragment heeft een vergelijkbare diameter (5,4 cm) en een lengte van 21,5 cm. Het andere uiteinde is netjes afgewerkt, zodat dit ook het uiteinde van de steel is. De steel lijkt wat dik maar omvat met twee handen is het afdoende om verticaal iets te stampen en het horizontaal op een paaltje te laten vallen om het in de grond te slaan. Het is niet het enige (houten) werktuig of gereedschap dat bij Zuiderloo gevonden is. Zuiderloo is opvallend rijk aan dit soort vondsten. Een algemene reden voor de overlevering van dergelijke vondsten is vooral de goede conservering in de prehistorische lagen en de waterputten. De goede conservering komt dus door de diepere ligging van deze sporen en de grondwaterspiegel.

Is dit houten werktuig een rituele depositie? Voor een bewuste depositie is een enkel argument aan te voeren. Het is in een tamelijk boomloos gebied  opmerkelijk dat een groot houten voorwerp niet gewoon wordt opgestookt. Anderzijds is het werktuig gebruikt, gebroken in twee stukken en versleten. Dit bijvoorbeeld in tegenstelling tot de houten lepels in de waterput uit de Romeinse tijd waar het niet alleen ongebruikte objecten betrof maar ook onaffe halffabrikaten. Bij dergelijke vondsten kan natuurlijk nooit met zekerheid het een of het ander uitgesloten worden. De houten knuppel of stamper is echter te groot om zo maar per ongeluk in een greppel terecht te komen. Bovendien weten we door de geringe omvang van de ronde werkput niet wat de functie is geweest van de greppel. Het verloop van hoog (west) naar laag (oost) doet een afwaterende functie vermoeden. Het erin achterlaten van een dergelijk groot brok hout zal hiervoor niet bevorderend geweest zijn. In een tamelijk open en boomloos duinlandschap moet je altijd afvragen waarom men een stuk hout niet gewoon opstookt.

UA-140610386-1